Eduard Wolthuis

Eduard Wolthuis wordt geboren op 3 maart 1888 te Kampen. Hij is de zoon van het echtpaar Heinrich Wolthuis en Maria Dijk en heeft tenminste twee zussen, Maria en Henriette, die respectievelijk 9 en 8 jaar ouder zijn. Eduard trouwt in 1924 met de eveneens in Kampen geboren Leoni Jeanne Lemaire. Voor zover achteraf bekend is, krijgt Eduard geen kinderen.

Wolthuis streeft een militaire carrière na en wordt uiteindelijk majoor bij de infanterie. Na de mobilisatie van het Nederlandse leger in 1940 ontvangt hij wachtgeld, terwijl hij ongewild werkloos thuis zit. Pas eind 1942 kan hij weer aan de slag, hij wordt namelijk door de Nederlandse secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, dr. Frederiks, benoemd tot directeur van het Joods Tehuis Barneveld, Joods Tehuis De Biezen en Joods Tehuis Doetinchem. Hij krijgt aanvankelijk zes man personeel (bewakers) onder zich, en is verantwoordelijk voor de internatie van ongeveer 650 door secretaris-generaal Frederiks bevoorrechtte joden in de drie tehuizen. Op 17 december van hetzelfde jaar arriveren de eerste dertig joden in Barneveld. Nog honderden volgen en uiteindelijk wordt het personeelsbestand uitgebreid tot twintig personen. De tehuizen te Barneveld worden onder toezicht gesteld van adjunct-directeur H.L.L. Reints en ook het Joods Tehuis Doetinchem, in de volksmond Villa Bouchina genoemd, krijgt een ‘eigen’ adjunct-directeur, Dirk Spanjaard.
Eduard Wolthuis is begaan met de geïnterneerde joden, zo blijkt uit verschillende bronnen. Op 16 april 1943 dient hij een officieel voorstel in om een deel van het Schaffelaarsebos, dat kasteel De Schaffelaar omringt, als wandelgebied voor de bewoners van het kasteel aan te wijzen. Als diezelfde bewoners op 29 september 1943 worden gedeporteerd naar Westerbork, schrijft hij aan Frederiks: “Het ergste vind ik het voor de Joden, die het hier naar wens hadden en nu onder vrij wat ongunstiger omstandigheden moeten leven, met de gedachte, dat Westerbork het laatste droeve toneel niet zal zijn. Laten we er het beste van hopen.”

Na de ontruiming van Villa Bouchina (in april 1943), De Schaffelaar en De Biezen blijft Wolthuis fungeren als directeur van De Schaffelaar en De Biezen, die op dat moment dienen als noodverzorgingstehuizen. In januari 1945 vertrekt hij naar Zeist, zijn verdere historie is ons tot op heden onbekend.